In onze samenleving wordt je gestimuleerd om je te uiten, te zeggen wat je van iets vindt. Al op jonge leeftijd wordt kinderen geleerd om ‘het podium’ te pakken. Het is natuurlijk mooi dat je de vrijheid voelt om je uit te spreken. Als je je uitspreekt, weet de ander wat er in je leeft en jouw bijdrage kan ervoor zorgen dat processen verder komen, dat vraagstukken duidelijk worden en dat problemen worden opgelost. In een cultuur waarin je zegje doen als belangrijk wordt gezien, kun je het gevoel hebben dat je iets móét zeggen als jou daartoe de gelegenheid wordt geboden. Het is de vraag of deze veronderstelling wel zo gunstig voor je is. Want er zijn momenten dat je de aandrang voelt om iets te zeggen, maar het heel onverstandig is je mond open te trekken. Dat zijn de situaties waarin je geïrriteerd bent, waarin je je onbegrepen voelt, waarin je je niet gezien voelt. Juist in de situaties waarin je emoties voelt (opkomen), is het risicovol een bijdrage te leveren, terwijl je wel een grote behoefte voelt. Als je negatieve emoties ervaart, is de kans groot dat je vanuit die emotie gaat reageren. Je wilt de ander een lesje leren, je wilt hem/haar laten zien dat het niet klopt, niet kan wat hij/zij zegt. Je wilt de ander overtuigen en juist omdat je die intentie hebt, is het verstandig dat je oppast met het opentrekken van je mond. Als je een innerlijke drang hebt om iets te zeggen en je voelt er negatieve emoties bij, dan is het verstandig om achterover te leunen en niets te zeggen. Het is dan verstandig om geen gebruik te maken van je ‘spreekrecht’. Zeg alleen iets als je intenties positief zijn. Als je intenties positief zijn, is dat voelbaar voor de ander, omdat je een positieve uitstraling hebt. De ander voelt haarscherp aan dat je bedoelingen goed zijn. Als je geen negatieve emoties hebt, ben je de geëigende persoon om een bijdrage te leveren, omdat de ander geen druk, geen veroordeling, geen lading ervaart en dat maakt dat de ander zal openstaan voor wat je zegt. Lever alleen een bijdrage als je van binnenuit geen lading, geen drang, geen negatieve emoties voelt. Dat is de beste graadmeter om te checken of je wel het ’podium moet pakken’.