Hoffelijkheid is een ouderwets, misschien zelfs een gedateerd woord. Het houdt in dat je zorg en aandacht hebt voor de ander. Het betekent beleefd zijn. Het is een teken van beschaving. Hoffelijkheid zorgt ervoor dat er wederzijds respect is en dat er een constructieve en positieve sfeer kan ontstaan. Hoffelijkheid is iets wat niet ‘zomaar’ ontstaat; het is een welbewuste keuze. Door hoffelijk te zijn, wat soms de nodige discipline vraagt, laat je zien dat een goede relatie je veel waard is. Je eist niet, je vraagt. Je wacht tot jou iets gegeven of gevraagd wordt, je wacht op je beurt. Als je je hoffelijk opstelt, werk je actief aan een veilige en plezierige omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn. Het tegenovergestelde van hoffelijkheid – grofheid – lijkt steeds vaker de overhand te krijgen. Het laat zich in veel gedaanten zien: kleineren, persoonlijke aanvallen, beschuldigen, veroordelen, grof woordgebruik, beschimpen etc. Grofheid die bedoeld is om op een krachtige manier invloed uit te oefenen, maakt de relatie kapot en zet degene die het doet in een kwaad daglicht. Het laat namelijk zien dat hij/zij weinig respect heeft voor de ander. En dat zorgt er weer voor dat hij/zij geen respect terug zal krijgen, integendeel. Wil je goed en respectabel behandeld worden, oefen dan in hoffelijkheid en je zult respect ontvangen en een veilig klimaat creëren.