Je hebt als persoon een setje (latente) unieke kwaliteiten, vaardigheden en levenservaringen meegekregen. Dit geheel maakt je tot wie je bent: een unieke persoonlijkheid. Aan jou is de keus om alles wat je in je hebt in te zetten ten dienste van de ander, het grotere geheel en – niet onbelangrijk – je zelf. Toch is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Er wordt wat af geworsteld op dit terrein. Je hebt mensen die er geen enkele moeite mee hebben om datgene wat ze (volgens) zichzelf in huis hebben tentoon te stellen. Ze vertellen vrijelijk over hun kwaliteiten, ervaringen en successen. Zonder schroom creëren ze een podium voor zichzelf en nemen ze de ruimte in die ze willen. Ze lijken vol zelfvertrouwen en deinzen er niet voor terug hun inbreng te leveren, hun mening te verkondigen en waar nodig een ander van repliek te dienen. Los van de vraag of zij al dan niet de geëigende persoon zijn om iets te zeggen en of zij een zinvolle bijdrage kunnen leveren, trekken zij hun mond open. Mensen kunnen hun vrijmoedigheid en lef bewonderen. Hun optreden wordt echter ook wel als ongepast en niet afgestemd ervaren. Ze voelen niet aan wanneer ze een inbreng kunnen leveren en wanneer een ander ‘aan de beurt is’. Je hebt ook mensen die veel schroom hebben om hun mond open te doen. Er gaat van alles in hen om, ze hebben interessante dingen te vertellen, maar het komt er niet (ongevraagd) uit. Ze voelen zich ongevraagd niet geroepen een bijdrage te leveren. Of ze bagatelliseren hun eigen kennis, mening en vinden het daarom niet zinvol om iets te zeggen. Of ze vinden datgene wat een ander zegt altijd belangrijker, ook al hebben ze wel degelijk waardevolle informatie of een interessante mening. Deze mensen houden hun mond, terwijl ze wel degelijk waardevolle dingen te zeggen hebben. Hun bescheidenheid lijkt op het eerste gezicht lovenswaardig, maar het is de vraag of dit wel zo is. Hun inbreng kan een ander licht op een zaak werpen. Hun mening kan anderen de ogen openen voor nieuwe perspectieven. Hun informatie kan de mening van de ander aanpassen. Ze doen zichzelf tekort door in te houden, terug te houden. Ze denken dat ze er beter aan doen geen inbreng te leveren, maar het tegendeel is waar. Door geen inbreng te leveren of hun inbreng klein te houden, wordt niet zichtbaar wie ze zijn en is er het gevaar dat ze in allerlei kwesties niet als partij worden gezien, over het hoofd worden gezien en snel vergeten worden. Hierdoor komt niet naar buiten wat ze in zich hebben enworden aanvullende informatie en nieuwe perspectieven niet benut. Maar ook: door hun mond niet open te trekken remmen ze de eigen ontwikkeling. Door wel hun mond open te trekken krijgen ze reacties, waardoor ze zelf aan het denken worden gezet. Hun acties leveren reacties op: positieve feedback die hun zelfvertrouwen een boost kan geven. Kritische noten, waardoor ze gestimuleerd worden hun eigen mening onder de loep te nemen, hun eigen argumentatie aan te scherpen of nieuwe informatie te integreren. Verhelderende vragen die hun doen ontdekken waar de interesse en behoeften van de ander liggen en die hen laten ervaren hoeveel waardevolle kennis ze eigenlijk in huis hebben. De uitdaging is om deze bescheidenheid niet alleen als een nobele eigenschap te zien, maar de ogen open te doen en te zien dat niemand ermee gediend is als zij zichzelf kleiner maken dan ze zijn. Degenen die gemakkelijk hun zegje doen en geen bescheidenheid kennen, kunnen zich afvragen of er toegevoegde waarde is als zij hun mond opendoen. Degenen die bescheiden zijn en zich inhouden, terugtrekken en kleinhouden, zouden zichzelf kunnen afvragen of het niet logischer en productiever is om hun plaats in te nemen en hun bijdrage te leveren.