Het lijkt in onze samenleving gebruikelijk dat je allerlei dingen in de vingers hebt. Of dat je op zijn minst de schijn ophoudt dat je alles kunt. Het wordt van je verwacht dat je jezelf dus beter voordoet dan je bent, jezelf groter maakt. Het lijkt erop dat de perfecte mens wordt nagestreefd. Het strookt niet met de werkelijkheid waarin je zo je beperkingen hebt. Onze ‘je-trekt–een-te-grote-broek-aan-maatschappij’ brengt veel stress , teleurstelling en frustratie met zich mee. Projecten en opdrachten met doelen en termijnen die niet realistisch zijn. Functie- en taakomschrijvingen waarin dingen worden gevraagd die bovenmenselijk zijn. Door net te doen of je iets kunt of weet, geef je de indruk dat je weinig zelfkennis hebt. Als je beweert iets te kunnen en later blijkt dat het niet in je zit, maakt dat jou ongeloofwaardig. Door de schijn op te houden zadel je jezelf met enorm veel stress op en blokkeer je een normaal menselijk contact met de ander. Als je gewoon kunt aangeven waar je niet goed in bent, wat er niet in je zit, kan een ander die het wel kan je helpen. En dat brengt de gewone menselijke maat terug dat je elkaar aanvult en versterkt. Dat creëert normale menselijke verhoudingen en een gezond mensbeeld met minder desillusies en stress.