Altruïsme houdt in dat je belangeloos geeft. Je geeft aandacht, je pleegt inzet, je geeft geld of andere materiële zaken zonder dat je iets terug verwacht. In principe heeft ieder mens het vermogen in zich om altruïstisch te zijn, maar op jonge leeftijd kan al egoïsme en narcisme ontwikkeld worden. Altruïsme is een andere levensvisie dan die de individualistische, calculerende mens aanhangt. Die geeft niet belangeloos, maar denkt van tevoren na over de vraag: wat zit er voor mij in? Als je een calculerende persoonlijkheid bent, je ‘geeft’ alleen iets als er iets tegenover komt te staan – elke investering moet rendement opleveren – dan maak je grote kans om geïsoleerd te raken. De ander voelt namelijk haarscherp aan dat je calculeert. En calculerende mensen worden in het algemeen niet als plezierig ervaren. Als je berekenend bent ingesteld zal de ander niet snel bereid zijn om vanuit zijn/haar hart jou iets te geven, want hij/zij voelt geen wederkerigheid en dat demotiveert de wens tot geven en delen. Als je met name op je eigen belang gericht bent, op waar jouw voordelen liggen, dan werkt dat negatief gedrag in de hand. Oneerlijkheid, jaloezie, pesten, wreedheid etc. zijn te herleiden tot een te sterke zelfgerichtheid. Als je altruïstisch handelt, realiseer je je dat je op elkaar bent aangewezen. Je bent je bewust dat er onderlinge afhankelijkheden bestaan en dat het geluk van de ander jou ook in positieve zin beïnvloedt. Je realiseert je dat je jezelf ook helpt als je de ander bijstaat. Altruïsme leidt uiteindelijk tot meer welzijn, zowel bij de ander als bij jezelf. Egoïsme leidt tot ontevredenheid en een gebrek aan loyaliteit, zowel bij de ander als bij jezelf.