Of je faalt of niet heb je zelf in de hand. Als je bang bent om tekort te schieten, als je ergens niet aan begint omdat je het toch niet kunt, heb je last van faalangst. Als je faalangst hebt, ben je (te) veel bezig met het voldoen aan je eigen verwachtingen. Of aan de vermeende verwachtingen van de ander. Het is gezond om enige druk te voelen, dat kan uitdagend en stimulerend zijn. Het kan ervoor zorgen dat je beter presteert. Gevoelens van faalangst kunnen ervoor zorgen dat je aan de veilige kant gaat zitten/staan. Je neemt nauwelijks initiatieven, je kunt meer dan je doet en pakt makkelijke klussen op. Als je angst om te mislukken, om te falen zo groot is dat je blokkeert, dan is het tijd om actie te ondernemen door stil te staan bij jezelf. Het lastige van faalangst is dat je ervan uitgaat dat jouw (hoge) normen, verwachtingen ook bij de ander leven. In heel veel gevallen weet je niet wat de ander verwacht. Of weet je de verwachtingen van de ander wel, maar is het de vraag of je ze goed interpreteert. De vraag is of je wel echt weet wat de ander van je wil, wat die verwacht. Als je voelt dat je gaat blokkeren is de grote uitdaging dat je contact met de ander zoekt. En dat je aangeeft dat het je niet (voldoende) helder is wat de ander wil. Vraag door wat de ander wil. Geef weer wat je begrepen hebt van wat de ander wil. En wees meteen helder over wat je wel en wat je niet waar kunt maken. In heel veel gevallen zul je zien dat de ander niet vreemd opkijkt als je concreet aangeeft wat wel en wat niet kan. Zeg niet meer toe dan wat je ook feitelijk kunt. Ook al is de ander teleurgesteld of mogelijk boos. Je kunt wat je kunt en niet meer dan dat. Zeg je meer toe dan weet je zeker dat je innerlijke blokkades actief zullen worden. En dan wordt ‘presteren’ wel heel lastig. Faalangst voorkomen kan alleen door verwachtingen helder te krijgen en die zodanig om te vormen dat ze teruggebracht worden tot iets wat je ook daadwerkelijk kunt.