In onze samenleving lijkt er een grote focus te zijn op een aspect van de liefde: de eros. Deze vorm van liefde gaat over de fysieke aantrekkingskracht, over passie, versmelten. Het gaat over je gevoel volgen. Als deze vorm van liefde is uitgewerkt, lijkt het of de relatie uitgewerkt is, over is. De eros heeft in zichzelf een korte levensduur. Dit facet van de liefde raakt snel op, omdat het vanuit zichzelf moeilijk maat kan houden. Juist als mateloosheid vrij spel krijgt, verliest het snel haar kracht. Het raakt uitgewerkt, opgebrand. Als je in staat bent om deze vorm van liefde uit te stellen, niet in een korte tijd op te maken door je verstand te gebruiken en regelmatig afstand te nemen, dan blijft het vuur langer brandend. Dit betekent het alleen-zijn opzoeken, eigen dingen doen. De ander ruimte geven en vrijheid gunnen. De hartstocht blijft langer actief door de afstand. Omdat passie van tijdelijke aard is, is het niet verstandig om de houdbaarheid van de liefde aan de mate van passie af te meten. Dat is niet realistisch. Passie is een dynamiek om de ander (tijdelijk) te boeien, het is echter geen langdurig bindmiddel. Als je wilt dat je liefde zich ontwikkelt tot iets duurzaams, dan is het de kunst om te investeren in agape. Agape gaat over het dienen van de ander. Wederzijdse dienstbaarheid. Dat betekent dat je welbewust zoekt naar dat wat goed is voor de ander. Deze vorm van liefde gaat over trouw, loyaliteit en verantwoordelijkheid. Het gaat over je verstand gebruiken. Deze nuchtere ‘doorontwikkeling’ voorkomt teleurstelling en bitterheid. Het zorgt voor normale balans tussen je gevoel en je verstand. Wil je stabiliteit, dan zul je je bewust moeten zijn dat de eros slechts korte tijd actief kan zijn en dat – wil je duurzaamheid bewerkstelligen – je je focus zult moeten leggen op het ‘voeden’ van de agape.