Als de ander een van de ‘enge’, noem het gevreesde ziektes krijgt, zet dat heel wat in beweging. Het is goed mogelijk dat je het contact met een (dood)zieke uit de weg gaat. Een gevreesde ziekte kan een confrontatie zijn met decorumverlies, aftakeling, pijn, angst, de dood. En die harde confrontatie brengt angst teweeg. En dat wil je niet. In plaats van het onder ogen te zien, loop je ervoor weg. Omdat je het niet aan kunt. Als je de ander (met die levensbedreigende, confronterende ziekte dus) uit de weg gaat, zeg je in feite: ik wil niets meer met je te maken hebben. Het is logisch dat je bang bent voor de ontluistering. Het is menselijk dat je de ander wilt herinneren zoals hij/zij was in de goede dagen. Maar zou het kunnen zijn dat het niets met de aftakeling van de ander van doen heeft? Maar dat de confrontatie met de ander jezelf in de spiegel doet kijken? En dat je niet in die spiegel wilt kijken? Jouw reactie op enge, levensbedreigende zieken/ziektes zou wel eens een weerspiegeling kunnen zijn van jouw (onbewuste) angsten voor aftakeling en de dood. Als deze persoonlijke ‘angsten’ contact met zieken in de weg staat, laat je de ander in de kou staan. Daarnaast kan er heel onbewust een andere ‘primitieve’ reden zijn om contact uit de weg te gaan. Je bent bang dat de ziekte overwaait, dat je ook ziek wordt door met de ander om te gaan. Heel raar, zeker omdat je rationeel gesproken kunt weten dat dat niet zo is. Ernstige ziekten kunnen van alles bij je oproepen. Goed om te weten dat als je de neiging hebt om een andere kant op te kijken of zelfs weg te lopen, dit veel zegt over je eigen angst voor verval en aftakeling. Maar jouw angst brengt de ander in een isolement.