Als je geen grenzen stelt, laat je de ander aan zijn/haar lot over. Hij/zij tast in het luchtledige over wat gewenst is, wat goed is, wat kan. Je laat niet zien waar je staat en dat geeft onduidelijkheid aan de ander. Het lijkt alsof je de ander veel ruimte geeft, maar misschien ervaart die wel te veel ruimte, weet die niet van stoppen omdat jij je grenzen niet laat zien. De ander weet niet wat je wilt, waar je staat en kan daardoor keer op keer jouw grenzen overschrijden. Als je geen grenzen stelt, hoeft de ander zich niet geremd te voelen. Die wordt door het gebrek aan grenzen niet gecorrigeerd, niet aan het denken gezet. Terwijl je wel degelijk grenzen hebt, een eigen mening hebt, iets wilt of niet wilt. De ander wordt geprikkeld om over jou, over zijn/haar handel en wandel na te denken als je je grenzen duidelijk maakt. Dan is de ander ook in staat om zijn/haar wensen, gevoelens en grenzen te voelen en duidelijk te maken. Door elkaars grenzen tegen te komen en het daarover te hebben, ontstaat er meer (zelf)respect en kunnen jullie beiden je meer ontwikkelen. Trap op de rem, zeg waar je staat. Sta open voor de reactie van de ander. Wat roept jouw grens bij de ander op? Wat vindt die ervan? Welke nieuwe vragen, andere kwesties zijn er aan de orde? Duidelijke grenzen bieden nieuwe mogelijkheden om met elkaar in gesprek te komen. Grijp je kans en trek een grens.