Misschien doe je mee aan wedstrijden, competities en streef je ernaar te winnen, nummer 1 te zijn. Als je hiernaar streeft, dan is het teleurstellend als je je doel niet bereikt. Misschien zelfs een bittere pil. Nu is het interessante dat als je nummer 2 bent geworden, je waarschijnlijk gefrustreerder bent dan de ander die nummer 3 is. Je teleurstelling is groter dan de ander die na jou komt, omdat je o zo dicht bij de ’top’ hebt gezeten. Je vergelijkt je met nummer 1 en dat geeft de teleurstelling. Je hebt het nét niet gehaald. Dit heet in de sportpsychologie ‘upward counterfactual’ en dat is het fenomeen dat je je zelf vergelijkt met de ander die beter is. En dat geeft je een dreun. Je kunt niet genieten van wat je wel hebt bereikt. De nummer 3 is blij, want die spiegelt zich aan degene die na hem komt, die minder heeft gepresteerd. (‘upward counterfactual’). Nummer 3 is tevreden met zijn/haar prestatie. Hieruit kun je leren dat het verstandig is om in veel situaties waarin het op presteren aan komt ‘downward counterfactual‘ te denken. Op zo’n manier naar de wereld, naar jezelf kijken geeft veel rust. En rust is een goede basis om eerlijk naar jezelf te kijken. ‘Downward counterfactual‘ kijken naar prestaties en resultaten zorgt ervoor dat je tevreden en dankbaar kunt zijn met wat je hebt bereikt. En die uitgangspositie zorgt ervoor dat je op een relaxte manier naar je prestaties kunt kijken en rustig kunt analyseren hoe je het de volgende keer nog beter kunt doen. Nuchter analyseren is lastiger als je vanuit teleurstelling en frustratie je prestatie gaat bekijken.