De gruwelijkheden in de wereld lijken niet op te houden. Het ene verschrikkelijke is nog niet getraceerd of nieuwe bizarre feiten worden bekend. Je kunt er al krant lezend of journaal kijkend moedeloos van worden. En je bent geneigd – juist vanwege die moedeloosheid – over te stappen op je eigen orde van de dag. Maar is dit niet uitermate onbevredigend? En is dit ‘eerlijk’ naar die ander, die soms moet overleven in een bizarre realiteit? Als je je laat overweldigen door alle ellende die erop je afkomt, kom je tot niets. Je zelfrespect kan verdwijnen. En je kunt nauwelijks tevreden met/over jezelf zijn. Helemaal niets doen en doen alsof je neus bloedt, is geen optie. Vraag jezelf af welk klein gebaar je kunt maken naar de (verre) ander van wie je weet dat die in gevaar leeft, angst kent of met de dood wordt bedreigd. Wat kun jij doen? Wat ligt er in je macht? Welk klein gebaar kun je maken? Wat heb jij te bieden? En als je ervan uitgaat dat alle kleine beetjes, hoe gering ook, waardevol zijn, kun je altijd iets doen wat in jouw vermogen ligt. Geld doneren, een (ingezonden) brief schrijven om de zaak onder de aandacht te brengen, een kaart sturen, een positieve gedachte aan de ander wijden etc. Je kunt ook in Nederland wonende verwanten van mensen in oorlogs-/rampgebieden een hart onder de riem steken. Er zijn zoveel mogelijkheden en geen enkel gebaar is te klein of te min. Door een klein gebaar te maken kun je jezelf recht in de spiegel kijken en reduceer je iets van je gevoelens van onmacht.