Op heel veel plekken in onze samenleving wordt ‘beleid’ gemaakt. Er worden ingewikkelde rapporten gepubliceerd waarin wordt aangegeven hoe de huidige situatie is en waar het heen zou moeten. Papier is geduldig. De papieren werkelijkheid is vaak totaal niet herkenbaar voor degenen over wie het gaat in de beleidsstukken. Dat is vreemd omdat beleid er immers op gericht zou moeten zijn dat er iets verandert, verbetert voor de mensen om wie het gaat. Hoe is het mogelijk dat het beleid dat op papier staat zo veraf is van degenen die het subject van beleid zijn? Het heeft ermee te maken dat de kennis, de belevingswereld, de waarden en normen en de ervaringen van degenen die beleid formuleren onbewust een grote rol spelen bij het formuleren van het beleid. Als degenen die het beleid ontwikkelen nauwelijks contact hebben met degenen om wie het gaat, dan is het niet zo vreemd dat de beleidsontwikkelaar zelf vanuit zijn eigen veronderstellingen en aannames zaken op papier gaat zetten. Daarnaast blijkt het moeilijk te zijn om je echt te verplaatsen in iemand die in andere omstandigheden verkeert, die anders denkt, die anders voelt. Het is dus goed mogelijk dat de beleidsontwikkelaar contact heeft met degenen die het onderwerp van beleid zijn, maar dat hij/zij datgene wat zij inbrengen niet werkelijk begrijpt of niet goed duidt, omdat de eigen werkelijkheid, de eigen uitgangspunten onvoldoende opzij worden gezet. Het is een hele uitdaging voor degene die beleid ontwikkelen om te werken met het einde voor ogen. Als je als beleidsontwikkelaar en als beslisser voor ogen hebt wat je uiteindelijk in de praktijk gerealiseerd wilt hebben, dan kan het niet anders dan dat je het subject van beleid – de mensen om wie het gaat – vraagt hoe zij willen dat de werkelijkheid er straks heel concreet uitziet. En dat gaat niet om vage beelden, maar dat gaat om heel concrete realistische ‘schetsen’ van hoe iemand leeft, hoe de omgeving eruitziet en welke ongewenste, onbedoelde niet ingeschatte effecten er misschien plaatsvinden. Als je zaken met de mensen in kwestie heel concreet maakt, kom je erachter welke onbewuste verlangens, behoeften en belangen een rol spelen. Er komen zaken naar voren die je als beleidsontwikkelaar of beslisser nooit kunt bedenken, om de doodeenvoudige reden dat je niet zelf in de omstandigheden verkeert. Die ‘ervaringskennis’ zul je als beleidsontwikkelaar direct moeten ophalen bij degenen om wie het gaat. Je kunt geen goed beleid ontwikkelen als je niet heel concreet voor ogen hebt hoe datgene wat je voorstelt concreet in de praktijk uitwerkt voor degenen voor wie het bedoeld is. Niet jouw eigen ideeën, behoeften, wensen, waarden als beleidsontwikkelaar zijn relevant, maar die van degenen op wie het beleid zich richt. Wil je dat jouw beleid effect sorteert, dan zul je heel duidelijk voor ogen moeten hebben hoe de belevingswereld van degene op wie je je richt eruitziet en zul je in staat moeten zijn om die te verweven in je plannenmakerij.