Het denken, je gedachtes zijn een machtsfactor van belang. Je ervaart hoe sombere gedachten als melancholie, vertwijfeling, onzekerheid etc. invloed hebben op je fysieke gesteldheid. Kort door de bocht gezegd blijkt dat hoe meer onderwijs je genoten hebt, hoe meer waarde je hecht aan het denken. Hoe lastiger het is om in een wonder te geloven. Want een wonder kun je namelijk met je verstand niet bevatten. Hoe meer je met je hoofd weet, hoe lastiger het wordt om een bewering te geloven zonder dat je van de juistheid overtuigd bent. Zonder dat er in jouw beleving voldoende onderbouwing is. Zonder dat er ‘harde’ bewijzen voor zijn. Je kunt een bewering blijkbaar alleen voor waar aannemen als je het met je hoofd kunt vatten, als je van de juistheid overtuigd bent. Als je kunt beredeneren dat het klopt. Je kritische verstand staat echte overgave in de weg. Een overgave aan wat er is – zonder na te denken – is de sleutel om een wonder de kans te geven. Het denken is voor een wonder een obstakel om tevoorschijn te komen.