Het kan zijn dat je betrokken bent bij de ander, van de ander houdt en dat je je zijn/haar lot aantrekt. Je ziet dat de ander keuzes maakt, waarvan jij voelt dat ze in essentie de ander geen vreugde zullen geven. Het kan zijn dat de ander overleden is en dat je nog steeds in je maag zit met het leven dat hij of zij geleefd heeft. Of dat je geen vrede kunt hebben met de manier waarop zijn/haar leven afgerond is. Hoe lastig het ook is, de ander draagt zijn/haar eigen lot. Het lot is per definitie verbonden met hoe iemand is, met de omstandigheden waar die in zit en de keuzes die worden gemaakt. Het lot behoort alleen aan de ander zelf toe. Hoe pijnlijk, uitzichtloos, doelloos, leeg of problematisch een leven ook is, het kan alleen door de ander – wiens leven het is – geleefd worden. De pijnlijke gevoelens die daarbij horen, of het nu gaat om schuld, schaamte of haat, horen ook bij de ander. De ander draagt verantwoordelijkheid voor zijn/haar eigen leven. En is dus zelf verantwoordelijk voor een onverantwoorde, ondoordachte, egoïstische keuze. De ander is ook verantwoordelijk voor de gevolgen die bij de keuze horen. De ander krijgt het leven en het lot dat bij hem-/haarzelf hoort. Alleen als de (volwassen) ander jou om advies vraagt of wanneer de ander dingen doet die hem/haar of een ander in (levens)gevaar brengen, kun je actief in de verantwoordelijkheidssfeer van de ander bewegen. In alle andere gevallen ben je in feite niet gerechtigd om je met het (levens)lot van de ander te bemoeien.