Het is een illusie te menen te weten wat goed voor de ander is. En toch leef je in de veronderstelling dat je weet wat de ander zou moeten doen of laten om gezonder, gelukkiger etc. te worden. Het is lastig dat de ander niet naar je wil luisteren. Dat die je goedbedoelde adviezen niet overneemt. En dat brengt de nodige irritaties en wrijvingen met zich mee. Het intrigerende is dat het voor jezelf ook niet plezierig is om zo met de ander bezig te zijn. Je wordt er moe en ontevreden van. Dat is logisch, want je komt in het gebied van de ander. En daar heb je niks te zoeken. Laat de ander voor zijn/haar eigen tuin zorgen. Ook al groeit daar in jouw beleving gevaarlijk onkruid in. Ook al koopt hij/zij vreselijke bloemen. Ook al stoor je je eraan dat het er een enorme zooi is. Als de ander blij zegt te zijn met die tuin, ook al zie en voel jij dat niet – laat het. De ander heeft zijn/haar redenen om zo om te gaan met zijn/haar eigen leven. Laat de ander in zijn/haar waarde, je mening is alleen gewenst als die wordt gevraagd. Alleen met een advies dat gevraagd wordt zal mogelijk iets gedaan worden. En dan nog op het moment en op de manier die passend is voor de ander. Natuurlijk is (ongevraagd) ‘helpen’ niet altijd ‘verkeerd’. Maar vraag je af of je het al niet eens eerder hebt gezegd. En denk eens na of je de ander met jouw mening, advies echt verder helpt. Denk je dat je de ander in zijn/haar eigenheid/eigenwaarde ondersteunt met wat je te zeggen hebt? Brengt je boodschap verlichting of druk? Vraag je af hoe gewenst je bent als je ongevraagd de ander zijn/haar tuin betreedt.