Tijdens het opgroeien krijg je verschillende (impliciete) boodschappen mee: dit is gevaarlijk. Dit is onmogelijk. Dit is te hoog gegrepen. Dit heeft geen toekomst. Deze goedbedoelde boodschappen zijn gebaseerd op de angsten, verwachtingen en ervaringen van degene die ze uitspreekt. Als kind ben je afhankelijk van de ander. Dus je neemt de boodschappen serieus en ze worden onderdeel van je eigen gedachten, van je belevingswereld. Ongemerkt maak je je wereld klein(er) en benut je niet de ruimte die er is. Je creëert onbewust en ongewild een eigen gevangenis. Zonder dat je het je bewust bent, blokkeer je spontane opwellingen, onrijpe ideeën. Het is goed mogelijk dat je je eigen speel- en leefruimte onbewust kleiner maakt dan nodig is. Hierdoor leef je niet het leven wat je zou kunnen leven. Je houdt jezelf eronder. Als je voelt dat je aarzelt om iets onverwachts of spontaans te doen, wees dan alert. Vraag jezelf af: waarom zou ik aarzelen? Waarom zou ik mij terugtrekken, waarom zou ik op veilig spelen? Aarzel nooit als het gaat om nieuwe dingen te ondernemen, te leren. Aarzel nooit als het gaat om iets voor een ander te doen. Aarzel nooit om een compliment te geven. Aarzel nooit om een vraag te stellen. Als je je aarzelingen te serieus neemt, heb je grote kans dat je je eigen gevangenis in stand houdt.