In je (vrijwilligers)werk, in je vriendenkring, in familieverband word je geconfronteerd met uitspraken waarin de ander iets zegt over je doen en laten. Je hoort het aan, het voelt als onaangenaam en je eerste reflex is ontkenning: het klopt niet, jij voelt en ziet het anders. En je reactie is navenant, je geeft klip en klaar aan dat je het anders ziet, dat je het niet herkent. Als jij dit zegt of je hoort een ander dat over zijn/haar eigen gedragingen zeggen, wees dan alert. Want in heel wat gevallen is er sprake van zelfbedrog of op zijn minst van te weinig zelfreflectie. Als er een groot verschil is tussen wat de ander ziet en wat je zelf ziet, vraag je dan af hoe dat kan. Hoe kijkt de ander vanuit zijn/haar perspectief naar je gedrag? Want ga er maar van uit dat het perspectief van de ander duidelijker en scherper is dan jouw perspectief. Ieder mens heeft namelijk de natuurlijke neiging om milder naar zichzelf te kijken en de ander strakker te be-/veroordelen. Als je verbaasd bent over wat de ander over je zegt, ga dan niet meteen in de verdediging, maar vraag je eerlijk af of de ander met zijn/haar afstandelijke waarneming het bij het rechte eind zou kunnen hebben.