Als je met de ander spreekt heeft dat wat je zegt inhoud. Er is een thema, je wilt iets zeggen of iets vragen. Naast dit inhoudelijke aspect is er altijd een relationeel aspect in je communicatie. Dit aspect heet het betrekkingsniveau. En in je intermenselijke contacten is het betrekkingsniveau minstens zo belangrijk als het inhoudsniveau. Je problemen en conflicten met een ander hebben meestal te maken met het betrekkingsniveau. Het inhouds- en betrekkingsniveau zijn tegelijkertijd actief in je communicatie. Je geeft door hoe je iets zegt – mogelijk onbewust – aan hoe je je verhoudt tot de ander. Hoe je kijkt naar de ander, hoe je de ander ervaart. Het betrekkingsniveau komt tot uiting in je intonatie, in je gezichtsuitdrukkingen, in je houding, in je mate van oogcontact. De ander kan door je lichaamstaal je woorden als vriendelijk, uitnodigend, minachtend of agressief etc. ervaren. De manier waarop je iets zegt kan door de ander als gelijkwaardig (positief) of als ongelijkwaardig (negatief) worden gezien. Als de ander positief op je reageert zegt dat veelal iets over de manier waarop je iets zegt. Als de ander negatief (geprikkeld, gesloten) reageert zegt dat mogelijk iets over de manier waarop je iets zegt. Of hoe de ander je ervaart. Wil je effectief communiceren met de ander, wil je gehoord worden, besteed dan de meeste zorg aan de manier waarop je spreekt.