Wil je de ander kunnen sturen, dan zul je zelf ook sturing moeten toelaten. Dat vraagt dat je je aan iets dat of iemand die groter, wijzer of waardevoller is dan jezelf kunt overgeven. In dit tijdsgewricht kan dat op problemen stuiten. Omdat je autonoom, zelfsturend of onafhankelijk wilt zijn of op zijn minst die schijn wilt opwekken. Als je jezelf ervoor openstelt, kun je ervaren dat er vanbinnen al een bestemming in je opgeborgen zit. En die bestemming is niet gebaseerd op jouw rationele, met je hoofd doordachte keuzes. Je wordt voor een belangrijk deel ‘geleid’ door iets dat groter is dan jezelf. Dat kan datgene zijn wat onbenoembaar, bovenmenselijk is en/of dat kunnen de waarden zijn van waaruit je leeft. Hoe belangrijk je positie ook is (in de ogen van jezelf of de ander), erken dat je leiding nodig hebt. Dat er iets is wat waardevoller is dan jijzelf. Dat maakt dat je de menselijke maat aanhoudt en niet doorschiet in grootheidswaan of hoogmoed.