Als je de tragiek van het/je leven, de onvolmaaktheid van het/je bestaan niet kunt accepteren, aanvaarden, creëer je spanning, frictie. Je hangt dan mogelijk onbewust het ‘maakbaarheidsdenken’ aan. En dat denken brengt een heel innerlijk en uiterlijk ‘circus’ op gang. Als je je onaangenaam voelt, als je iets als onverdraaglijk ervaart, zul je willen dat die vervelende gevoelens ophouden. Je zult de neiging hebben om actie te ondernemen, te willen ingrijpen. De vervelende, angstige, onaangename situatie en de gevoelens die dat bij je oproept moeten ophouden. De uitdaging is om te erkennen en te doorvoelen dat tragiek, verlies, angst en andere onaangenaamheden gewoon bij het/je leven horen. Het is de kunst om je ermee te verzoenen dat deze situaties bestaan en dat je daarmee te dealen hebt. Soms heb je pech, niet alle risico’s zijn te voorkomen, problemen bestaan. Je kunt falen, je kunt niet alles voorzien. De onvolmaaktheid, de tragiek van het/je bestaan kun je niet oplossen, bestrijden met technische middelen, met maatregelen, met protocollen. Als je geconfronteerd wordt met verlies, met zorg, met angst, vraag je dan af of je überhaupt iets kunt doen wat werkelijk helpt. Vraag je af of dat wat je wilt doen om de situatie te verminderen, te beheersen je echt (verder) helpt. En of niets doen, accepteren een niet veel realistischer oplossing is.