Voor ons als westerlingen die in (relatief) grote welvaart leven lijkt het lastig om na te denken over wat ons gedrag op de langere termijn voor effecten met zich meebrengt. Het lijkt er soms op dat we er maar op los leven. Op allerlei terreinen leven we op te grote voet. De economische crisis heeft ons enigszins uit de slaap gehaald, maar in feite gaan we gewoon op een iets mindere schaal door met wat we deden. Opmaken wat ons ter beschikking staat. Zeker als mensen geld hebben lijkt het normaal dat alles in grote mate te koop is, als je er maar voor betaalt. Zaken die moeilijk inwisselbaar of vervangbaar zijn, worden te weinig op waarde geschat. We gebruiken natuurlijke hulpbronnen alsof deze geen einde kennen. Schoon en warm water lijkt een geboorterecht. We betalen ervoor en hebben er dus recht op. We exploiteren mensen alsof die geen gevoelens hebben, alsof die geen gedachten hebben, alsof die geen waardigheid kennen. We betalen onze hulp en vinden het ‘normaal’ dat die onze rommel opruimt. De buschauffeur wordt voor zijn werk betaald, dus is het toch gewoon dat we hem bekritiseren als hij te laat aankomt? Als we in een restaurant zijn en we moeten te lang wachten naar onze zin, dan trekken we onze mond open; dat mag toch wel want we zijn toch klant? We praten minachtend over mensen die in onze ogen minder of slechter zijn. We denken dat we alles kunnen denken, doen en zeggen omdat we meer geld hebben. Deze onterechte en ongepaste hoogmoedswaanzin krijgen we als een boemerang terug . Hoe we het wenden of keren de arme, de domme, is onze naaste; we zijn met elkaar verbonden en we kunnen niet om elkaar heen. We vergeten dat mensen die in onze ogen onze mindere zijn, ook gevoel hebben en donders goed aanvoelen hoe wij over hen denken. Zij hebben zo hun eigen ideeën en gevoelens over ons en die zouden weleens wat minder positief en fraai kunnen zijn dan wij zelf denken. En het is heel goed mogelijk dat zij op de dag wachten dat zij ons ‘kunnen terugbetalen’. En hoe dat terugbetalen eruitziet, is nu nog niet te zeggen, maar de gedragingen van de kanslozen in de Franse banlieues laten goed zien wat jarenlange minachting en vernedering bij mensen teweegbrengt. We behandelen dieren als onze mindere en vergeten dat het goed denkbaar is dat we er binnenkort achter komen dat dieren hogere wezens blijken te zijn dan we ooit dachten en dat we hen te weinig respect hebben gegeven. Het lijkt erop dat we geen flauw benul hebben van wat onze verspilling en uitbuiting op allerlei terreinen op de langere termijn teweeg zal brengen. Onze verspilling zorgt ervoor dat ecosystemen afsterven en dat de natuurlijke orde – die de basis van al het leven is – verstoord wordt. We vergeten dat alles in het ecosysteem (waar wij ook deel van uitmaken) met elkaar samenhangt en dat we van elkaar afhankelijk zijn. Lijdt er een deel in het systeem, dan brengt dat vroeger of later ook lijden voor de andere delen van het systeem met zich mee. Dat is een oeroude wetmatigheid! De duurzaamheidsbeweging die langzamerhand postvat, lijkt erg gericht op onze eigen gezondheid en ons eigen welzijn. Als wij maar gezond en gelukkig zijn. Als onze omgeving maar groen en gezond is. Het is goed als dit ‘eco-ego-centrisme’ omgezet wordt naar een wat breder bewustzijn dat zich uitstrekt naar het nastreven van welzijn van alles om ons heen wat leeft, groeit en bloeit. En dan zal snel blijken dat ons kortetermijndenken enorme, mogelijk onherstelbare schade aanricht op de langere termijn, voor onszelf en voor de ander in de breedste zin van het woord!