Autonoom zijn betekent dat je onafhankelijk en zelfstandig bent. Het impliceert dat je een eigen koers vaart en je laat leiden door je eigen wijsheid. Je laat je niet zomaar de wet voorschrijven. Je voelt je vrij om zelf te bepalen wat je wilt, doet en laat. Als je autonoom bent, neem je jezelf uitermate serieus en durf je tegendraadse, niet alledaagse besluiten te nemen. Autonoom zijn klinkt bijzonder aantrekkelijk. Er hangt een zweem van vrijheid en zelfstandigheid omheen. Als autonoom persoon vertrouw je op je eigen oordeel en zul je je mening, je standpunt niet snel herzien. De ander moet van goede huize komen om jou te overtuigen. Dit zijn de positieve kanten. Er kleven echter ook wat ‘aandachtspunten’ aan autonomie. Als je te autonoom bent, kun je last hebben van ongeduld. Je weet wat je wilt en waar is het wachten nou nog op? In een groep kan dat irritaties geven. Als je gewend bent om te handelen vanuit je eigen wensen, behoeften, inzichten en overtuigingen, dan kan het lastig zijn om de ander ruimte te geven om die van hem/haar met je te delen, want jij weet immers al hoe het zit, jij bent ‘klaar’. Autonoom zijn is nastrevenswaardig, maar realiseer je dat het lastig kan zijn om verbindingen met een ander aan te gaan. Je onafhankelijkheid, je zelfstandigheid kan bij iemand die je niet goed kent de indruk geven dat je je wel redt en niet openstaat voor zijn/haar ideeën, indrukken en inzichten. Je zelfredzaamheid kan je dus ongewild in een isolement brengen. Autonoom zijn is het nastreven waard en het is de kunst daarbinnen de verbinding met de ander te blijven houden en oprechte interesse te hebben in zijn/haar visie, mening, zienswijze.