De afgelopen jaren zijn er mede door het functioneren van “de overheid” complexe situaties gecreĆ«erd. Meer en meer dringt zich de vraag op wat een realistische rol en taak van de overheid is in dit tijdsgewricht. Deze vraag wordt niet beantwoord terwijl die – zeker nu – essentieel is. Om grip te krijgen en te houden op de complexe en veeleisende samenleving zijn en worden er regels doorgevoerd die voor de “gewone” burger letterlijk en figuurlijk niet meer te volgen zijn. Het doel van de regels is duidelijkheid scheppen, zaken die niet goed gaan bijsturen of zaken die moeten gebeuren te stimuleren. Regels doen echter niet wat ze moeten doen. De regels zijn onduidelijk, onsamenhangend, onlogisch, tegenstrijdig, onredelijk, belastend. In plaats dat de regels de samenleving, de burgers, ondersteunen om de juiste koers te houden, de juiste dingen te doen, roepen ze verzet op. Er gaat veel tijd verloren in het bestuderen, begrijpen, interpreteren en bestrijden van regels in plaats van het werkelijk aanpakken, oplossen van vraagstukken. De complexe wet- en regelgeving kost enorm veel geld en voedt de gevoelens van machteloosheid van de burger(s). Hierdoor staat de verbinding tussen de overheid en de burger onder druk. Het lijkt dat de overheid iets is geworden wat los van de burger staat. Terwijl de overheid er is om de gemeenschap, de burger, te dienen lijkt het er steeds meer op dat de overheid degene die zij moet dienen (de burgers) wantrouwt. Want door regels te stellen, uit te vaardigen, zeg je immers (impliciet) dat regels nodig zijn omdat het anders niet goed gaat. Door regels te ontwikkelen en in te voeren suggereert de overheid dat sturing nodig is, dat sturen door regels werkt. Ook geeft het de indruk dat de overheid van buitenaf, van bovenaf processen kan sturen, beheersen, controleren. Dat kan echter geen enkele overheid. Burgers kunnen processen sturen. De werkelijke macht zit “beneden” en niet “boven”, “boven” kan niets zonder draagvlak bij “beneden”. Door de grote regelmacht van de overheid worden natuurlijke initiatieven van onderop, van burgers zelf, onvoldoende gestimuleerd. De beheersmatigheid van de overheid is mede veroorzaakt door burgers en politiek die (te) veel verwachten van en neerleggen bij de overheid. Er zijn en worden wensen, problemen en opgaven bij de overheid neergelegd die volstrekt onrealistisch zijn. De overheid kan loskomen van wetten, regels, protocollen en richtlijnen als de basis – dat zijn de burgers – zelf constateren en onder ogen zien dat de overheid veel problemen niet kan oplossen. Burgers zullen zelf het heft in handen moeten nemen via – eigen – “organisaties” en de overheid moeten helpen om een andere rol te pakken. Verreweg de meeste burgers zijn te vertrouwen en burgers hebben kennis, kunde en middelen in hun midden om – samen – zelf vraagstukken op te pakken. Een controlerende, bevoogdende overheid is daarvoor niet nodig. Integendeel. Burgers hebben behoefte aan een faciliterende, meedenkende, stimulerende overheid en dat heeft niets met regels, wetten en richtlijnen te maken. Zo’n overheid komt er alleen als er verandering “beneden” plaatsvindt en (groepen) burgers zelf de verandering neerzetten die ze willen.