Onze samenleving wordt geleid door illusies als maakbaarheid en beheersbaarheid. Je ziet het terug in de huiskamers die er uitzien als een waar design-paleis. Je ziet het op straat waar mensen er tip top uitzien als ware dat ze naar een bruiloft gaan. Alles moet er tiptop uitzien. Dat laat zien dat alles onder controle is. Helaas zit het leven zo niet in elkaar. En dat is lastig. Op gezette tijden blijkt dat je het niet in de hand hebt, dat er doodgewoon chaos is. Vanbinnen of vanbuiten. En dat kan choquerend zijn, want je wilt niet met lege handen staan, niet weten wat te zeggen, wat te doen. Je wordt geconfronteerd met rafelranden, met onaffe situaties, met je machteloosheid. Je voelt je onzeker en machteloos. En dat is een onaangenaam gevoel, want je hebt geen vaste grond onder je voeten. Wat je dan meteen ziet is dat je die kwetsbaarheid en onzekerheid wilt uitbannen. Je vindt je eigen kwetsbaarheid te bedreigend. Het leven loopt niet zoals je het wilt en dat is beangstigend. Je wilt ervoor weglopen of doodgewoon doen alsof het er niet is. In feite kun je niet verder met je leven als je je onvolmaaktheid en kwetsbaarheid niet onder ogen ziet. Dan loop je vast. Je merkt dat als je je kwetsbaarheid als een gegeven ziet, je echt andere zaken ziet dan daarvoor. Er worden nieuwe perspectieven zichtbaar, je kijkt met andere ogen naar jezelf, de ander, je omgeving. Het materiële wordt relatief, andere zaken worden belangrijker. Je ziet beter dat alles relatief is en dat iets er tijdelijk kan zijn en dat het zo tussen je vingers door kan glippen. Niets is vanzelfsprekend, je hebt nergens ’recht’ op. Je bezit niets. Alles is uiteindelijk te leen. Je hebt ook meer oog voor de kwetsbaarheid en kwetsuren van de ander. Door niet weg te lopen voor je machteloosheid en onvolmaaktheid, word je meer mens onder de mensen.