Sta je open voor dat wat de ander te brengen heeft? De ander heeft een unieke, persoonlijke gift dat kan zijn lange levenservaring, heldere inzichten, bergen kennis, unieke gezichtspunten enz. Om zelf verder te komen heb je de unieke gift van de ander nodig. Wil de ander verder komen dan heeft die jouw unieke gift nodig. Wat heb jij te geven? Wat heeft de ander – die jouw pad kruist – te geven? Heb je er oog voor? Ben je bereid dat wat de ander te geven heeft te ontvangen? Ben je blind of wil je blind zijn voor wat de ander te geven, te brengen heeft, dan verontmenselijk je in feite de ander. Je geeft de ander geen kans om zijn/haar bijdrage te leveren. Het de ander geen gelegenheid, geen kans bieden, zegt iets over je eigen onzekerheid of over je eigen hoogmoed. Door de ander een onmens te maken, te laten zijn, verlies je zelf het recht om jezelf menselijk, humaan te noemen. Als je dat wat de ander te geven heeft bereid bent te ontvangen, bekrachtig je de ander in zijn uniciteit en geef je de ander de grootste gift die hij/zij kan krijgen. De gift om de ander te zien en te bekrachtigen in zijn/haar mens-zijn. Door de menselijkheid van een ander te bekrachtigen bekrachtig je ook je eigen menselijkheid.