Het kan zijn dat je (tijdelijk) minder zelfvertrouwen hebt. Dat gebrek aan vertrouwen kan verschillende oorzaken hebben. Je bent overgevoelig voor kritiek. Je neemt de mening van een ander te serieus. Je bent opgevoed, opgegroeid onder/met moeilijke omstandigheden. Je vergelijkt jezelf te veel met de ander. Je hebt tegenslagen meegemaakt die grote gevolgen hadden en die je hebben geconfronteerd met je eigen kwetsbaarheid. Natuurlijk kun je met behulp van de ander wat doen om je zelfvertrouwen te versterken. Om zo’n proces van zelfontwikkeling op gang te brengen is het nodig dat je die ander vertrouwt. En daar kan een bottleneck zitten. Want het is goed mogelijk dat je eigen gebrek aan zelfvertrouwen de bron is van een (te) kritische en wantrouwende opstelling naar de ander. Wantrouwen zorgt ervoor dat je geen vertrouwen hebt in de ander en in situaties. Hierdoor zie je de wereld negatiever dan ie is. Je geeft de ander minder de kans om ‘je domein’ binnen te komen. En als de ander jouw wantrouwen ervaart, zal die je (onbewust) wat op afstand houden en niet makkelijk contact zoeken. Je levert je bijdrage aan een self-fulfilling prophecy: datgene wat je niet wilt, komt uit. Wil je werken aan je zelfvertrouwen, dan is het zinnig om je eigen wantrouwen onder ogen te zien. Zie dat je wantrouwend bent om jezelf te beschermen, maar zie ook dat het je isoleert. En door je isolement kan de ander niets voor je betekenen en kom je niet tot ontwikkeling. Wil je werken aan je zelfvertrouwen, geef dan minimaal de ander die je kan ondersteunen het voordeel van de twijfel en geef hem/haar je vertrouwen.