Als het niet lekker loopt tussen jou en de ander zijn er twee wegen.
Je trekt je terug in je schulp. Je vlucht als het ware naar binnen toe, waardoor je jezelf probeert te beschermen. Je denkt – onbewust: ik trek mij terug zodat ik mij niet aangevallen of gekwetst hoef te voelen. Als je je terugtrekt en de ander wil juist contact maken, dan voelt de ander zich machteloos. Die steekt zijn/haar nek uit, toont moed, tikt op jouw deur en er wordt niet opengedaan. Dus die gaat op een nog ’krachtiger’ en meer confronterende manier proberen contact te maken. Want die wil dat je tevoorschijn komt, zichtbaar wordt, het contact aangaat. Als je je hebt teruggetrokken om je te beschermen voor verdere aanvallen, is deze confrontatie uitermate onaangenaam. Je voelt je nog meer bedreigd, aangevallen en je loopt nog harder weg. De afstand tussen jou en de ander wordt steeds groter. Dit negatieve interactieproces wordt een vicieuze cirkel. De kunst is om in dit soort situaties dat te doen wat je van nature niet gewend bent om te doen. Wil je naar binnen vluchten? Dan is de uitdaging om te proberen je aandacht naar de ander, naar buiten te richten. Je zult een stap moeten doen om contact te leggen. Hoe lastig dat ook voor je is.
Heb je de neiging om de confrontatie aan te gaan. Trek je dan enigszins terug en wacht tot de ander de kans pakt om een voorzet te doen, om contact te maken. Voorkom een proces van aanvallen en verdedigen, dat richt alleen schade aan. Als je daar in dreigt te komen – en dat voel je – stop dan met wat je doet, aanvallen (confronteren) of verdedigen (afhouden, terugtrekken), en voel wat nodig is om de negatieve interactie te keren en zet dat in.