Je bent onvolmaakt en je botst voortdurend tegen de onvolmaaktheid van jezelf en de ander aan. Het is een grote uitdaging om om te gaan met de imperfectie van de ander. Door de onvolmaaktheid van de ander kunnen (voor jou belangrijke) behoeftes, wensen niet worden vervuld. Dit frustreert. Je verwijten, klagen, zelfmedelijden helpt de ander niet om open te staan om zichzelf te veranderen. Je reactie draagt – hoe logisch ook – altijd een emotionele lading in zich. En die emotionele lading triggert de ander. Die wordt geraakt. Die sluit zich af, wordt afstandelijk of zet de tegenaanval in. Dan is de verwarring compleet. Want je wens dat de ander zijn houding of gedrag verandert komt niet aan. Integendeel je raakt verder van elkaar verwijdert. Wil je zelf dat jouw wens tot verandering aankomt bij de ander dan zul je zelf moeten werken aan de juiste uitgangssituatie. Ben je in staat om vanuit een positieve grondhouding het gesprek aan te gaan? Ben je in staat om je behoeftes en wensen op tafel neer te leggen? Ben je bereid om ook je eigen wensen en “eisen” met een glimlach te relativeren? Ben je bereid en in staat om open te staan en te luisteren? Ben je bereid om ook naar je eigen houding en gedrag te kijken? Wil je dat de ander openstaat voor (gedrags)verandering dan zul je in staat moeten zijn om je waardering voor de ander uit te spreken.