Er zijn periodes waarin je je krachtig voelt, waarin alles op rolletjes loopt. In die periodes loop je het risico dat je juist door voorspoed, door je ’succes’ overmoedig wordt. Dat je denkt dat je alles aankunt, alles weet. Je onderkent onvoldoende je eigen beperkingen en grenzen. Dit kan ervoor zorgen dat er afstand komt tussen jou en de ander. Omdat je te veel in je eigen ’flow’ zit. In die situatie is het nodig dat je je eigen tegenkracht organiseert. Dat houdt in dat je doelbewust zorgt dat je in contact komt met anderen die je prikkelen, uitdagen om anders naar dingen te kijken. Die je ’dwingen’ om te horen dat er andere belangen, andere zienswijzen, andere perspectieven zijn. Die kritische vragen kunnen, willen en durven stellen. Die je confronteren met je valkuilen, je uitdagingen. Tegenkracht is nodig om je eigen kracht te relativeren. Om te zorgen dat je in evenwicht blijft. Om te voorkomen dat je door je overmoed onvoldoende oog hebt voor de ander. Om te voorkomen dat je blind wordt voor subtiele signalen dat je tegen (je) grenzen aan loopt. Om te zorgen dat er een balans komt tussen jouw doelen en die van de ander, tussen jouw belangen en die van de ander.