Als je volwassen bent, ben je je ervan bewust dat je door de ander wordt bekeken, geobserveerd en mogelijk wordt beoordeeld. Het is menselijk dat je ‘bang’ bent voor het oordeel van de ander. Deze angst voor het oordeel, de veroordeling heeft effect op je. Je verontschuldigt je, je voelt je bezwaard, je voelt je geremd, je schaamt je. Je angst blokkeert je creativiteit. Wil je je ontwikkelen, wil je je vrij voelen, dan zul je in staat moeten zijn om je zorg dat de ander zich een oordeel over je vormt los te laten. Realiseer je dat niemand – ook de ander niet – de waarheid in pacht heeft. Het enige wat jij kunt doen is het beste geven wat je hebt. Dat is wat je kunt, niet meer en niet minder. De enige aan wie je verantwoording verschuldigd bent, ben jezelf. En dan is de enige relevante vraag heb ik gedaan wat ik kon doen? Heb ik mij volledig ingezet? Heb ik gegeven wat ik kon geven? Je kunt niet in het hoofd, het hart van de ander kijken. Je weet dus niet wat de ander denkt, voelt. Gelukkig maar. Je weet dus niet welke mening de ander zich vormt. En dat is ook niet relevant. Die mening, dat oordeel kun je niet beïnvloeden. Dat ligt immers in handen van de ander. En dan nog is het de mening van de ander. Die gebaseerd is op zijn/haar ervaringen. Niet meer en niet minder. Het gegeven dat je dat niet kunt beïnvloeden geeft je een enorme persoonlijke vrijheid. Je hoeft en kunt er geen energie in (te) steken, want je hebt er geen invloed op. Je kunt dus doen wat jij denkt dat goed is. Pak je persoonlijke vrijheid en de mate waarin je die ‘pakt’ is recht evenredig met je ontwikkelingsmogelijkheden.