Er is een onzichtbare ordening in de wereld. Als je die niet (h)erkent gaan er zaken mis. Je schopt –onbewust en ongewild – zaken door de war. Je ouders hebben een belangrijkere plaats dan jij. Zij zijn in feite je voorgangers; je loopt verder waar zij zijn gestopt. Zij hebben in feite je weg gebaand, ze zijn je voorgegaan. Ze hebben je dingen meegegeven. Ze hebben je dingen voorgedaan. Als je hen niet eert voor wat ze je hebben gegeven, verstoor je de natuurlijke orde. Je eigenwijsheid, je eigengereidheid zal je parten spelen. Het kan heel goed zijn dat je een aantal dingen beter kunt dan hen. Dat je op sommige terreinen wijzer of slimmer bent, verder zo je wilt. Toch is het zaak te zien wat ze je hebben gegeven en hen daarvoor erkentelijk te zijn. Je kunt pas verder als je respect hebt voor wat er is. Wat de voorgangers, je ouders, voor je hebben gedaan. Je maakt jezelf te groot als je niet eert wat er is, wat je (door)gegeven is,. als je geen oog hebt voor de basis die door de voorganger is gelegd. Het kan zijn dat je je te groot maakt omdat er een kwetsuur of gemis is. Je hebt de opvatting ’ik kan het wel alleen’ omarmd. Mogelijk wijs je je ouders af en heb je pittige oordelen over hen. Je stelt jezelf dan in feite boven hen. Je zegt dat je beter bent. Dit klopt niet met de natuurlijke ordening die er is. En die ordening zoekt balans. Doordat je je boven je ouders stelt, sluit je hart. Dat is een onmiskenbaar gevolg en een wetmatigheid. Als je hart stokt kun je niet meer weten en voelen wat echt goed is. Als je je ouders neemt zoals ze zijn en hen echt eert voor wat ze je (hebben) (ge)geven, dan komt er een grote rust en kun je de maat aannemen die je werkelijk hebt. Je hart is dan open en die kan zijn werk doen. Met alle positieve gevolgen van dien.