Je kunt het geloven of niet, maar je bent in staat tot hardvochtigheid. Het is een apart fenomeen: het proces dat we feitelijk herhalen wat de ander ons aan positieve en negatieve dingen heeft aangedaan. Datgene wat je ervaren hebt door de ander, herhaal je keer op keer, tot je er klaar mee bent. Er klaar mee zijn houdt dan in dat je ermee kunt leven, dat je het hebt losgelaten, dat het niet meer belangrijk voor je is. Dat betekent dat als jou pijn is aangedaan, je net zo lang door gaat met een ander pijn te doen tot je volledig doorgrondt waar je mee bezig bent en je niet door hoeft te gaan met het gedrag, omdat je ziet wat je doet. Als je realiseert dat je doorgeeft wat je zelf hebt ervaren, hebt meegemaakt, dan weet je ook dat als je verschrikkelijke dingen hebt meegemaakt, je in staat kunt zijn tot eenzelfde hardvochtigheid, wreedheid. En dat is moeilijk te accepteren. Want hoe moeilijk is het niet om onder ogen te zien dat je in staat bent tot datgene waar je zelf aan geleden hebt. Dat is een hele confrontatie. Maar je bent niet alleen in staat tot wreedheid. Je bent ook in staat tot goedheid. En als je die zelf ervaren hebt, kun je die ook doorgeven.