Je hebt je wonden, beschadigingen opgelopen. Net als de ander. Door een gebeurtenis, door woorden die uitgesproken zijn, omdat bepaalde behoeftes zoals aandacht, liefde, bevestiging niet zijn vervuld. Aan zo’n wond gaat een boodschap kleven. Ik ben niet interessant, ik klop niet, ik hoor er niet bij enz. Een boodschap waarvan jij denkt dat het waarheid is. Terwijl het een leugen is. Het probleem is dat je die leugen als waarheid ervaart. En dat je je volgens die leugen gaat gedragen. Om te zorgen dat je niet opnieuw pijn wordt gedaan, maak je jezelf groter dan je bent. Of je doet alsof je onaanraakbaar bent. Als je dit lang genoeg doet wordt je gedrag een vast patroon. Met dat patroon ga je je identificeren. Je gaat het zien als een normaal onderdeel van wie je bent. Het lastige is dat het je in een isolement brengt, omdat het een extra(bescherm) laagje is tussen jou en de ander. En dat laagje – wat diende om je te beschermen – maakt een persoonlijke gevangenis. Want die leugen leidt tot een bepaald gedrag; je gaat je gedragen conform de leugen. Je doet jezelf groter voor of je doet alsof je onaanraakbaar wordt. Als je dat maar lang genoeg doet ontstaat er een patroon. Het is logisch omdat je jezelf wilt beschermen, je wilt niet opnieuw beschadigd, pijn gedaan worden. Maar het brengt je in een isolement. Een vernieuwing in je denken over jezelf is nodig om je muur stap voor stap af te breken. Dat gaat niet van de een op andere dag. Dat is een proces waar je dagelijks aan moet werken. Je mentale bolwerken – die invloed hebben op al je levensterreinen – laten zich niet zomaar ‘neerhalen’. Door valse, negatieve boodschappen aan jezelf te vervangen door positieve, bekrachtigende boodschappen, kun je stap voor stap de muren afbreken. Dit vraagt herhaling en het tijdig doorzien als je weer – onbewust – blijkt open te staan voor een valse boodschap. Je leert door fouten te maken. Je leert door de positieve boodschap keer op keer te herhalen. Daarin zit de kracht.