Soms voel je dat je in relaties in een fuik zit. Er klopt iets niet. Je hebt het gevoel dat je vastloopt. Mogelijk zit je in een zgn. dramadriehoek. Je creëert dan door je communicatie, interactie, patronen die voor alle betrokkenen ongezond zijn. Het ene patroon roept het andere patroon op en je houdt elkaar gevangen. In de dramadriehoek zijn er drie ‘rollen’ die je kunt vervullen. Vaak heb je een favoriete rol die van nature goed bij je past. Het kan ook zijn dat meer dan een rol aantrekkelijk voor je is.
Als je makkelijk hulp, advies geeft kun je – voordat je het je bewust bent – als redder optreden. Je helpt de ander zonder de grenzen van jezelf en van de ander in het oog te houden. Je lost graag problemen op, met name die van een ander. Je houdt van helpen, adviseren, ondersteunen. Daarbij verlies je makkelijk uit het oog dat een ander helpen niet altijd gewenst is. En je vraagt je onvoldoende af wat al dan niet tot jouw verantwoordelijkheid behoort. In feite ga je als redder boven de ander staan. Je maakt jezelf groot en daardoor maak/hou je de ander klein. Als redder vind je het prettig dat je nodig bent. Mogelijk vindt de ander die je helpt je zelfs sympathiek en stelt de ander je hulp (in eerste instantie) op prijs. Als redder ben je er echter – onbewust – niet op uit om de ander zelfredzaam te maken. En je hulp is niet onvoorwaardelijk. Je verwacht – onbewust – iets terug. Dankbaarheid, respect, erkenning. Als je wilt helpen, ondersteunen, vraag eerst aan de ander of je kunt helpen en welke hulp nodig, gewenst is. Voorkom dat je direct in actie komt. Door direct in actie te komen betreed je in feite meteen de ander zijn/haar eigen ruimte. En maak je de ander onmachtig om voor zichzelf te zorgen.
Het kan ook zijn dat je jezelf slachtoffer voelt en dan voel je je klein en afhankelijk. Je voelt je eigen kracht niet. Je klaagt. Je voelt je tekortgedaan, niet gezien, niet begrepen, niet gerespecteerd. Je vindt het lastig om verantwoordelijkheid te nemen voor wat er is. Je bent passief en omdat je je klein voelt, hoef je ook niets aan je situatie te doen. Dat kun je immers niet?! Je ziet niet dat wat je is overkomen, ook te maken heeft met je eigen handel en wandel. Je situatie, je problemen zijn in je beleving veroorzaakt door externe factoren. Je maakt en houdt jezelf klein. Door jezelf klein te maken geef je impliciet aan dat de ander sterker, krachtiger is dan jij. Je kiest de ‘onderpositie’ en verhoogt daardoor de ander. De ander houdt jou op een afstand want je vreet energie. Je vraagt veel aandacht. Je bent niet plezierig om mee om te gaan, omdat je weinig zelfreflectie hebt en alles buiten jezelf legt. Als je je klein voelt, niet begrepen voelt, hulp nodig hebt, geef dan aan wat je nodig hebt. Wees duidelijk en geef aan wat je van de ander nodig hebt. Dan vraag je vanuit een gelijkwaardige, volwassen, verantwoordelijke positie om ondersteuning. En wil de ander graag helpen.
Het kan ook zijn dat je een scherpe blik hebt op de onvolkomenheden van de ander. Je ziet wat de tekortkomingen van een ander zijn en voelt je geroepen om de ander daarvan op de hoogte te stellen. Je valt een ander aan. Maar je laat na suggesties te doen hoe het anders, beter kan. Je bent een aanklager. Als aanklager ben je boos, veroordelend. Zonder dat je het je bewust bent, kun je in je ongenoegen onbeperkt en ongeremd projecteren. Je veroordeelt de ander voor alles en nog wat. Zonder enige zelfreflectie. Door je boosheid heb je een vertekend beeld van de ander, van zijn/haar kunnen en intenties. Je houdt de ander klein, maar je hebt ook geen hoge pet op van jezelf. Als je rustig, vanuit de ik-vorm, zonder verwijten aangeeft wat je dwars zit, wat je raakt, luistert de ander naar je. Die voelt zich niet aangevallen en kan gewoon reageren. Door vanuit jezelf te spreken en duidelijk te zijn gedraag je je volwassen. En roep je bij de ander een volwassen reactie op.