Als je je verbindt met de ander, dan zal de ander zich met jou verbinden. Wederzijdse verbinding komt niet ‘zomaar’ tot stand. Je zult zelf verschillende stappen moeten zetten om je te verbinden. Verbinden met de ander vraagt in eerste instantie verbondenheid met jezelf. Als je in goede verbinding bent met jezelf, heb je een grotere intuïtie, meer empathie en ben je meer betrokken. Je ‘opereert’ dan immers vanuit een stevige basis. Wil je je verbinden met een ander of met een (spirituele) visie, een ideaal, dan is het belangrijk dat je zelf weet wat voor jou belangrijke behoeften zijn. Als je weet wat je behoeften zijn en je houdt daar rekening mee, dan kun je je verbinden en binnen de verbinding je vrij voelen. En vanuit die vrijheid kun je in feite elke verbinding aangaan die je wilt, omdat je jezelf niet zult verliezen. Welke behoeften zijn belangrijk voor jou? Behoefte aan (zelf)liefde, contact, aandacht, (zelf)respect, delen, (emotionele) veiligheid, (zelf)waardering? Het kan goed zijn dat er eerst iets in/bij jezelf nodig is voordat je je goed kunt verbinden met de ander. Het kan zijn dat het nodig is te werken aan je zelfrespect, jezelf durven te laten zien, je gevoel te uiten, aan het vermogen voluit ‘ja’ te zeggen i.p.v. ‘ja, maar’, accepteren wat er is enz. Als je hieraan werkt, voel je meer vertrouwen en rust. En dat is een goede basis om je te verbinden.