Als je (iets wezenlijks) wilt veranderen gaat dat altijd met wrijving, botsing gepaard. Als je tot de conclusie komt dat je iets niet meer wilt of niet meer kunt en je gaat ervoor, dan komt er – vaak uit onverwachte hoek – verzet. In de “buitenwereld” zijn er krachten (de ander) die jouw plannen niet van harte ondersteunen, soms zelfs subtiel boycotten. Dit soms heel onverwachte verzet “buiten” maakt je bewust van je eigen verlangens. Je wens om te veranderen wordt als het ware getest. Dit verzet, deze weerstand is nodig om te zorgen dat je gewenste verandering ook echt innerlijk verankerd wordt. Iets wat lange tijd bestaat, wil niet zomaar sterven of stoppen. Daarom zet het gevoelens van angst, afkeer, schuld en onmacht in. Als je van tevoren weet dat deze emoties doelbewust naar boven komen om te zorgen dat er niets veranderd, dan kun je ze bewust onder ogen zien en ervoor kiezen om niet naar ze te luisteren. Deze noodzakelijke confrontatie is de basis voor een duurzame verandering.