Het is niet vreemd als je er last van hebt: innerlijk verzet. Je bent het ergens niet mee eens, je ziet als een berg tegen iets op, je wilt iets niet en je biedt verzet. Onder verzet zit in de meeste gevallen een angst. Angst om iets los te laten, angst voor het nieuwe, angst om iets niet (aan) te kunnen. Je voelt je er absoluut niet plezierig onder. Het kost bakken vol energie. Je krijgt er geestelijk en misschien zelfs lichamelijk last van. Het geeft ‘gedoe’ met andere mensen. Om je heen geven mensen op allerlei manieren aan dat je verzet, je weerstand een obstakel is om naar je te luisteren, om met je om te gaan. Er is geen andere weg dan je verzet los te laten, want alleen dan wordt je angst overwonnen. Het is echt waar: jouw verzet houdt datgene waar je verzet tegen hebt juist in stand! Het brengt je er keer op keer naartoe, terwijl je er in feite voor weg zou willen rennen. Het brengt je aandacht naar datgene wat je niet wilt voelen. Je kunt niet geforceerd positief denken, vrolijk doen. Dat werkt niet. Je zult je negativisme, je vervelende emoties onder ogen moeten zien en moeten doorleven.