Of je het nu wilt of niet, je doet waartoe jezelf in staat bent, waartoe je bij machte bent. Je bent doodgewoon niet in staat om altijd open, mild en vriendelijk met een ander te communiceren. Soms is het een te grote uitdaging, omdat je zelf niet lekker in je vel zit of omdat de ander echt over (je) grenzen gaat. Als je om je heen kijkt, zie je op allerlei plekken hard, grof taalgebruik. Het blijkt dus niet alleen voor jou een uitdaging te zijn constructief te communiceren, de ander zit er ook mee. Toch is het goed je bewust te zijn wat je met je eigen uitspraken op gang brengt. Je kunt ongewild zelf aan het begin staan van een kleinschalige ‘oorlog’. Als jezelf harde uitspraken doet, grove, denigrerende woorden uitspreekt, lever je actief een bijdrage aan een hard, minder waardig gespreksklimaat. Als een gespreksklimaat niet als plezierig wordt ervaren, heeft dat direct gevolgen voor de manier waarop een gesprek gevoerd wordt. En op de effecten van zo’n gesprek. Verharding bij de een, roept verharding bij de ander op. Grofheid aan de ene kant, activeert grofheid aan de andere kant. Dat zijn de ‘wetten’ van actie-/reactieprocessen. En dit soort negatieve actie-/reactieprocessen loopt of uit de hand (moeilijk te ‘lijmen’ conflicten) of zijn erg lastig op te lossen omdat er al zoveel ‘beschadigd’ is. En dat maakt normaal communiceren lastig omdat er zoveel ‘zeer’ in de weg staat. Wil je gedoe voorkomen en positieve effecten hebben, dan begint het met vredelievend denken. Wil je zeker zijn dat je vredelievend denkt, dan is het handig om te verifiëren hoe je erbij zit, hoe je naar jezelf kijkt, hoe je naar de ander kijkt voordat je een mond opentrekt. Want als je jezelf ‘betrapt’ op negatieve gedachten, kun je er vergif op innemen dat de interactie met de ander wel eens minder vreedzaam verloopt dan je hoopt. Vraag jezelf af of datgene wat je wilt zeggen al dan niet vredebevorderend is. En als je daarover twijfels hebt en je het toch gaat doen, vraag je dan af of dat op termijn niet meer kapot maakt dan je lief is.