Het is belangrijk om je vrij te voelen. Als je je niet volledig vrij voelt, droom je er misschien van dat je alles zelf kunt bepalen. Dat de dingen gebeuren zoals jij wilt. Dat anderen geen eisen aan je stellen en geen verwachtingen van je hebben. Dat je kunt doen en laten wat je wilt. Dat je dingen kunt doen op jouw tijd en op jouw manier. Dat lijkt mooi en aanlokkelijk.
Maar te veel vrijheid kan juist gevoelens van onvrijheid bij je naar boven halen. Je kunt je dan verloren of zelfs eenzaam voelen. Te veel vrijheid kan ertoe leiden dat je je doelloos en nutteloos voelt, waardoor je tot niets komt. Je wordt dan passief en er komt niets meer uit je handen. Kortom: te veel vrijheid kan onrust, onzekerheid en stress geven.
Vrijheid voelt vooral goed in verbondenheid met de anderen met wie je een doel, een idee, een missie en/of visie deelt. Je verbonden voelen is nodig om je werkelijk vrij te voelen. Het kan zijn dat je verbondenheid associeert met beperkte bewegingsruimte en te veel plichten en verantwoordelijkheden. In dat geval wil je vluchten en ga je contact uit de weg. Maar echt vrij zijn betekent in beweging blijven en steeds veranderen. Dat kan alleen als je je met anderen verbindt. Dan kom je jezelf tegen en krijg je feedback en inzicht. Je wordt dan gezien, begrepen en gewaardeerd.
In iedere situatie kun je (persoonlijke) vrijheid creëren. Die vrijheid komt niet vanzelf. Je moet haar zelf scheppen, samen met de anderen om je heen. Door initiatiefrijk en proactief te zijn. Het is dan wel nodig dat je weet wie je bent, wat je wilt en wat je nodig hebt. Als je dat helder hebt, kun je initiatieven ontplooien en kun je binnen kaders en structuren – van jezelf of anderen – je zowel verbonden als vrij voelen.