Je kent het wel: je hebt een fout gemaakt. En het is lastig dat te bekennen. Je hebt last van de negatieve effecten. Je fout heeft een probleem gecreëerd. En je doet alsof jij geen enkele rol hebt gespeeld in het creëren van het probleem. Nee hoor, jij kunt er niks aan doen; het ligt aan de situatie, aan de ander. Je komt niet in beweging. Stilletjes ga je ervan uit dat als je de schuld geheel buiten jezelf zoekt, je zelf ook niets hoeft te doen aan het zoeken van een uitweg, een oplossing. Je hoopt op een wonder van buitenaf. Dit feest gaat niet door. Als je medeveroorzaker bent van een probleem, ben jij een deel van de oplossing. Sterker nog: wil je verder komen dan moet je een deel van de oplossing worden. Dat kun je niet in handen van een ander leggen. Wil je dat er beweging komt in je probleem, dan zul je zelf in beweging moeten komen. Dan is het handig als je je trots opzij kunt zetten. En dat je doodeenvoudig eerlijk bent. Misschien moet je de ander bekennen dat je een fout hebt gemaakt. Misschien moet je om hulp of advies vragen. Misschien moet je een ‘schuld’ op je nemen of terugbetalen. Er is werk aan de winkel. Het probleem zal blijven bestaan of mogelijk erger worden als je geen stappen zet en niet bereid bent jezelf wat kleiner te maken. Alleen als je je eigen onvermogen en je aandeel in het probleem erkent, is het begin van de oplossing er. En pas dan bestaat de mogelijkheid dat het onmogelijke, noem het een wonder, tevoorschijn komt.