Het kost je minder om (soms) te worden bedrogen dan om te leven vanuit wantrouwen. Negatieve ervaringen waarin je vertrouwen beschadigd is raken je diep. Je natuurlijke, aangeboren neiging om de ander te vertrouwen wordt dan snel ingewisseld voor een neiging tot wantrouwen. Als je kijkt vanuit achterdocht dan vind je dat je daar alle reden toe hebt. Je wordt immers keer op keer bevestigd dat de ander niet te vertrouwen is. Je wantrouwen kan je je veilig, of beter dan een ander, laten voelen. Het lijkt alsof je de controle kunt houden. Je wantrouwen kan zich ontwikkelen tot een makkelijk excuus. Je hoeft niet meer te zien wat er wel goed is en ziet het ook niet omdat je gevoelens van achterdocht je het ware zicht belemmeren. Het verliezen van vertrouwen kost je wat. Maar het uitgaan van wantrouwen kost je nog veel meer. Je wantrouwen tast je waarnemingsvermogen aan. Je kunt niet echt zien en voelen wat er is. En dat tast je zelfvertrouwen aan. Het vertrouwen in jezelf is de basis van je eigen handelen. Als dat wordt aangetast heeft dit gevolgen voor al je levensterreinen. Het overwinnen van wantrouwen is dus je eigen lijfsbehoud.