In het contact met de ander kun je weerstand, verzet tegenkomen. De ander wil iets niet wat jij wilt en je gaat aan de slag om de ander zover te krijgen dat ie gaat vinden, gaat doen wat jij wilt. Of je gebruikt de weerstand op een positieve manier: als een bron van informatie. Weerstand komt om de hoek kijken als de ander van binnenuit – mogelijk geheel onbewust – iets niet wil. Dit niet willen kan te maken hebben met niet (denken te) kunnen, niet (denken te) durven, niet begrijpen, niet kunnen overzien, niet in geloven of ergens niet mee eens zijn. Weerstand komt naar boven als de ander zich bedreigd, niet begrepen, niet gehoord voelt. De ander is afwerend maar probeert daarmee zichzelf (en de bestaande situatie) te beschermen. Doorgaan met overtuigen (praten, herhalen, luidere stem) leidt tot niets. De ander zet alles in om zichzelf nog meer te verweren(=beschermen). Neem je de ander serieus, vraag je door naar de bezwaren, zorgen, ervaringen dan gebeurt er iets in de interactie. Het “verzet” breekt, de ander geeft informatie. De uitdaging is om de bron van weerstand naar boven te halen. De bron van weerstand geeft aan wat je aandachtspunt zou moeten zijn in je contact met de ander.