Je ontmoeting met de ander die verslaafd is, is confronterend. Het is confronterend omdat het een uitvergroting is van iets wat diep in jezelf ook aanwezig is. Ieder mens – ook jij – heeft immers terreinen waarop je jezelf niet volledig kunt beheersen. Gebieden waarop je geen maat kunt houden. Dat hoort onlosmakelijk bij je mens-zijn. In je ligt de mogelijkheid om gehecht, verslaafd te raken. Er zijn krachten in je die groter kunnen zijn dan jezelf en die je lastig in de hand kunt houden. Deze krachten hebben altijd een verbinding met begeerten als bezitsdrang, lustgevoel, machtsvertoon. Deze ‘demonen’ kunnen zich in allerlei gedaanten vertonen. Als ze je te pakken hebben, wil je er steeds meer van. En dat vervult steeds minder. Het is opmerkelijk hoe lastig het is afstand te nemen van een gewoonte, van een patroon, van een verworvenheid. Je kunt eraan toegeven. In de hoop dat de drang, de behoefte afneemt. Het werkt niet. Je kunt ervoor vluchten waardoor je de drang probeert te ontkennen. Vluchten helpt niet; ze blijven je in de ban houden. Je kunt ze beter in de ogen kijken, bekijken waardoor ze stap voor stap hun kracht verliezen. Het verlangen naar de ‘demonen’ blijft, maar je hebt ze in de smiezen en ze hebben jou niet meer in hun bezit. De overheersende, trekkende kracht is weg. De begeerten zijn in feite essentiële onderdelen die bij je leven horen. Alleen ze moeten hun plek kennen. Ze verdienen aandacht, maar ze zijn ondergeschikt. En ze mogen zich niet opdringen en een hoofdrol willen spelen. Het is de uitdaging van je mens-zijn om ‘nee’ te zeggen tegen de passies die een hoofdrol willen spelen, die bezit van je willen houden. Als je geen innerlijk ‘nee’ kunt zeggen wil je steeds meer. En daar zit geen rem op. Je bent verslaafd wanneer je vrije wil ondergeschikt is aan je drang om steeds meer te willen bezitten, te willen genieten, te willen beïnvloeden. Het interessante is dat je dit als je verslaafd bent altijd zult ontkennen. Zo werkt de verslaving. Je ontkent, je verdoezelt, je bagatelliseert, je relativeert, je praat goed. Je wilt jezelf en de ander overtuigen dat je geen slaaf bent, maar dat je vrije wil nog steeds actief is. Je verblindt jezelf en de ander. En je houdt jezelf voor de gek. Je verslaving zorgt ervoor dat je je op jezelf richt. Dat je geïsoleerd raakt. Dat je egoïstisch wordt. Je hebt geen oog voor je omgeving of voor de ander. Je sluit je af en je verslaving krijgt steeds meer de ruimte. Dat is de reden dat zelfbeheersing, discipline, zelfkennis zo belangrijk zijn. Ze zorgen ervoor dat je de regie houdt over je begeerten. En dat ze je niet gaan overheersen.