In onze maatschappij worden we gebombardeerd met zekerheden en daar hebben we veel geld voor over. We kopen risico’s en problemen af. Door het afkopen van toekomstige problemen word je minder vrij om te doen en laten wat je wilt. Je moet eerst immers aan je ‘vaste’ verplichtingen voldoen. Pas als dat voor elkaar is kun je je focussen op andere zaken. Het lijkt er op dat je meer waarde hecht aan materiële zekerheid dan aan innerlijke vrijheid. Terwijl vrijheid in feite veel belangrijker is. Maar het opmerkelijke is dat je zoekt naar zekerheid, terwijl er in feite niets zeker is. Het onverwachte moet altijd worden verwacht. Van de ene op de andere dag kan alles anders zijn. En kun je met lege handen komen te staan. Dus zekerheid en duidelijkheid nastreven is dus eigenlijk een nutteloze activiteit. Toch doe je het. En met jou vele anderen. Je ziet het aan de ontwikkeling van de overheid. Legden we eerst alleen taken als het leger, de politie en de infrastructuur in handen van de overheid en waren we bereid om daar 10% van ons inkomen aan te geven, nu zitten we in een andere situatie. We hebben veel taken bij de overheid neergelegd in de hoop dat we daardoor zekerheid zouden krijgen, dat dingen geregeld zouden worden door een ander. Dat de ander ons zekerheid zou bieden. En de behoefte om risico’s zo klein mogelijk te houden heeft ervoor gezorgd dat we inmiddels 60% van ons inkomen betalen aan het in stand houden van deze zekerheden. Je bent dus net als de ander bereid om een groot deel van je inkomsten – dus je vrijheid – af te staan in ruil voor zekerheden, waarborgen. Je hoopt daarmee stabiliteit en zekerheid te krijgen nu en in de toekomst. Hetzelfde doe je in feite met het afsluiten van verzekeringen. Op zich is daar niks mis mee. Het is alleen de vraag of je drang naar zekerheid intussen niet in al je vezels is gaan zitten en een deel van je normale gedrag is geworden. Je kunt echter nooit zekerheden van buitenaf ontvangen. Dat zijn valse zekerheden. Het zoeken naar zekerheden buiten jezelf heeft te maken met een (te) gering zelfbesef, zelfvertrouwen. Als je weinig vertrouwen hebt in je eigen levenskunst, in je eigen kwaliteiten en mogelijkheden, ga je je vertrouwen stellen in (schijn)zekerheden buiten jezelf. Als je niet goed weet welke waarden je nastreeft, wat je levensdoelen zijn, leg je je (eind)bestemming vast in het creëren van (schijn)zekerheden buiten jezelf. Het maakt je dan – kort door de bocht gezegd – niet uit wie je vrijheid afpakt of wie de baas over je (geld) is, als je maar een veilig en zeker gevoel krijgt. Als je zekerheden van buiten zoekt, ben je blind voor de mogelijkheden in jezelf. Die zie je niet want je richt je hoop naar buiten toe. Vraag je af of je niet te veel zekerheden buiten jezelf zoekt. En of het niet mogelijk is het heft weer meer zelf in handen te nemen. En te kijken waar je zelf verantwoordelijkheid voor kunt en wilt dragen. Dat houdt ook in dat je er welbewust voor kiest om sommige risico’s zelf te dragen. Maar je weet dat er geen garanties zijn. En je weet dat zekerheden nooit van buiten komen maar van binnenuit. Als je werkt aan je eigen – innerlijke – zekerheden val je niet om als er om je heen van alles gebeurt. En dat maakt dat je werkelijk vrij bent.