Het is niet vanzelfsprekend dat alles kan. Het is niet zo dat je het leven kunt sturen. Het is niet zo dat je zaken in de hand kunt houden. Je kunt niet zonder de steun, zonder de inzet van de ander. In tijden van overvloed, welvaart lijkt dat zo te zijn. Je verliest de menselijke maat uit het oog. En je verliest de verbondenheid met je omgeving, met de ander. Je zit in een droomwereld. Je zit in een fase van ontkenning. Je kunt de werkelijkheid dan zo lang mogelijk buiten de deur houden omdat je last, onvrede “af kunt kopen”, kunt verdringen. De crisis zorgt ervoor dat je op zoek moet naar een nieuwe balans op alle levensterreinen. Je zult wel moeten. Wat kun je, wat wil je, wat kan, waarvoor heb je de ander nodig? De crisis brengt realiteitszin in je leven. De (economische) crisis dwingt je om onder ogen te zien, onderscheid te maken in waar je wel en waar je niet invloed op hebt. Wat je wel en wat je niet zelf kunt. Wat wel en wat niet belangrijk is. Door je te focussen op waar je zelf invloed op hebt, krijg en houd je grip op je leven. Door realistisch te zijn in waarvoor je hulp, ondersteuning van de ander nodig hebt zie je je eigen menselijke maat onder ogen. Een deel van de instituties zijn ingewikkeld en log geworden omdat ze recht willen doen aan alles en iedereen. En daarom complex zijn geworden. Als deze instituties vasthouden aan de structuren, processen en codes lopen ze tegen hun eigen grenzen op en worden ze van binnenuit en van buitenaf uitgehold, ontmanteld. Het vertrouwen in systemen, in organisaties, in instituties neemt af. Mogelijk terecht. Als je rekent op instituties en organisaties maak je jezelf afhankelijk van systemen die mogelijk hun langste tijd hebben gehad. En die mogelijk je onbetwiste vertrouwen maar gedeeltelijk waard (blijken te) zijn. Onderzoek hoe je zo min mogelijk afhankelijk kunt zijn van bureaucratische systemen. Denk na hoe je zoveel mogelijk buiten de gevestigde systemen, buiten de gebouwde orde kunt functioneren. Dit bevrijd je letterlijk en figuurlijk van veel lasten. Dop zoveel mogelijk je eigen boontjes, samen met de anderen die dicht bij je staan. Die je kunt en wilt vertrouwen. Zonder vertrouwen in de ander kun je niet leven. Je zult je vertrouwen aan een ander moeten schenken. Geef je energie aan nieuw te bouwen “systemen” die bestaan uit de ander die niet anoniem is, die een gezicht heeft. Bouw daarom actief en bewust aan betrouwbare relaties “dichtbij” en “nabij”.