Als je goed om je heen en in jezelf kijkt, zie je misschien ook signalen van zelfoverschatting. In de sociale wetenschappen is veel aandacht voor onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid, maar daarnaast is er ook wel degelijk een probleem rond een te groot zelfvertrouwen, zelfoverschatting. Je komt mensen tegen die onaangenaam zijn omdat ze te veel (onterecht) zelfvertrouwen hebben en zich te assertief gedragen. Mondigheid klinkt leuk, maar grote mondigheid roept afkeer op. Dit probleem is natuurlijk niet zo vreemd, omdat er onder meer in het onderwijs en in coachings- en trainingstrajecten veel aandacht is voor waar je positieve eigenschappen en je vaardigheden zitten. En we leven in een maatschappij waar je je moet onderscheiden om tot een studie te worden toegelaten en om aan het werk te komen en te blijven. Je moet zichtbaar en hoorbaar zijn om een plek te verwerven. Wees alert op signalen van overschatting binnen en buiten jezelf. Het zorgt voor afstand. En werkelijk contact is lastig als er een ‘muur’ van zelfoverschatting tussen staat. Realiseer je ook dat er door zelfoverschatting onbewust en ongewild een nare competitie kan ontstaan. Voordat je het weet doe je een spelletje blufpoker. Een gezonde twijfel aan je eigen kunnen zorgt ervoor dat het contact met jezelf en de ander ‘normaal’ blijft. Als je realistisch kunt blijven over datgene wat je kunt en wat je niet kunt, blijf je een aangenaam persoon om mee om te gaan.