Er zijn momenten in je leven dat vechten, strijden geen zin heeft. Dat je doodeenvoudig moet erkennen dat iets krachtiger is dan jezelf. Dat je zult moeten buigen voor iets wat groter is dan jij. Dat je onder ogen moet zien dat je geen controle over je leven (en je dood!) kunt hebben. En dat je een lijdensweg over je afroept als je dat wel wilt. Soms kun je namelijk een strijd niet winnen. En als je je daar niet bij neer kunt leggen en toch tegen beter weten in het gevecht aangaat, dan hol je jezelf uit. Als je je niet bij je kleinheid, je verlies kunt neerleggen, dan kom je niet tot overgave. En dus niet tot acceptatie en rust. Overschat de maakbaarheid van je leven niet. Weet dat je met wilskracht en inzet niet alles kunt bereiken wat je wilt. Door te weten wat groter is dan jezelf ben je groots en sterk. Natuurlijk heb je heel wat zelf in de hand. En kun je bergen verzetten als je geloof hebt in je eigen kunnen. Maar het is belangrijk om te weten waar je grenzen liggen als mens, te beseffen dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Dat is mogelijk aan je gezichtsveld onttrokken, maar is er wel. Van dat groter geheel ben je niet de regisseur. En als je je daaraan niet kunt overgeven ben je doelloos, zielloos en geïsoleerd. Door te denken dat alles onder controle te brengen en te houden is, leef je in een schijnwereld, in een illusie. Door je gebrek aan overgave merk je dat je harde werken zich op een moment tegen je keert. Dat je uitgewerkt bent en dat iets wat groter is dan jezelf de regie pakt. En dat je met lege handen komt te staan.