Je kunt en je wilt de ander letterlijk en figuurlijk pas zien als de ander jou heeft gezien. Het omgekeerde is ook het geval. Dit principe geldt in alle soorten relaties en in iedere communicatie. Jij hebt je eigen referentiekader, de ander heeft dat ook. Als je geïnteresseerd bent hoe de ander naar zaken kijkt en hoe die dingen ervaart voelt de ander zich gezien. En pas dan is er een basis voor een werkelijk gesprek. Zeker als er onderlinge gevoeligheden zijn is het nodig dat je interesse hebt in de gevoelens van de ander en begrip toont. Je maakt dan vanzelf de kanteling. Je denkt niet dat de ander iets niet wil of doelbewust iets (niet) doet of nalaat, maar je ziet, voelt dat er onvermogen, dat (nog) niet kunnen, aan de orde is. Je ziet dan ook hoeveel emoties, veronderstellingen, gedachten je op de ander projecteert. Dan is er de mogelijkheid om je beeld van de ander bij te stellen en de ander te zien hoe die werkelijk is. Je standpunt en oordeel is bijgesteld.