Je voelt je aangetrokken tot de ander als je je met die ander kunt identificeren. Je sympathie gaat uit naar de ander als die (uiterlijk) op je lijkt, vergelijkbare ideeen of meningen heeft of een vergelijkbare achtergrond (streek, klasse, levensomstandigheden, levensopvatting) heeft. Ook heb je sympathie voor de ander als die jou positief bejegend. Sympathie zorgt ervoor dat je openstaat voor de ander, de ander wilt begrijpen en dat er een situatie van 1 + 1 = 3 kan ontstaan. Het omgekeerde is ook het geval. Zonder dat je je bewust bent heb je minder of geen sympathie voor de ander als die niet op je lijkt of als je je nauwelijks met de ander kunt identificeren. Dit heeft gevolgen voor je sociale relaties, voor je interactie. En voor je invloed, voor je resultaten. Zonder enige sympathie is het lastig om een vruchtbare relatie op te bouwen. Je zult je dan bewust moeten inzetten om in de ander – die “ver van je afstaat” en met wie je je niet kunt identificeren – iets te vinden wat aansluit bij jou(w beleveningswereld). Alleen als je ergens op kunt aansluiten bij de ander kun je sympathie ontwikkelen. Enige sympathie is nodig om voor de ander open te staan en een effectieve interactie op gang te brengen.